Wednesday, 09 December 2015 16:08

Saar's discoveries 2: the game is on

Written by
Rate this item
(3 votes)

De Belgische Saar schreef ons in september 2015 hoe zij na 20 jaar ziek zijn ontdekte dat zij Lyme had. Zij verwoordde dit zo mooi dat wij haar hebben uitgenodigd om op de On Lyme blog een serie over haar ontdekkingen te schrijven, zowel terug als vooruit in de tijd. Dit deel heet 'the game is on'.

Beste meneer Lyme,

De winter breekt aan. Het moment waarop Moeder Aarde zich hier in onze tuin te slapen legt onder een dikke laag stro. Ze heeft er dit jaar wat langer op moeten wachten, op haar warme deken. Ik vond niet de kracht, noch de moed eraan te beginnen. Ze lag er kaal bij de laatste weken, leeggegeven en moe, hunkerend naar haar winterslaap.

Ze lag erbij zoals ik me voelde. Gegeven wat ze kon, het beste van zichzelf, tot er niets meer te geven was. Kwetsbaar bleef ze achter. Vragend achter iets waaronder ze diep kon wegkruipen, waaronder ze kon recupereren en nieuwe krachten opdoen.

Ik hoorde haar niet. Ik meed haar. Ik stuurde mijn manschappen de tuin in om het laatste mooie groen te oogsten, omdat ik haar niet wou zien. Het deed te veel pijn. Ze was de laatste jaren nochtans mijn houvast geweest. Ze was de reden waarom ik terug in beweging kwam. Ze liet me kiemen en openbloeien op hetzelfde ritme als haar gewassen. Ze schonk me het beste van het beste om me te voeden en u te bestrijden. Zelfs nu nog, nu ik haar niet wou zien, bleef ze geven, onvoorwaardelijk. Maar het was niet voldoende om mij naar buiten te lokken. Ik voelde de kracht die ik in de lente nog voelde opwellen in mijn lichaam, die me in de zomer deed zingen en genieten tussen haar weelde, langzaam wegsijpelen.

Weet u, wanneer de herfst komt, worden de vermoeidheid en de pijn voor mij veel intenser. Dat is al jaren zo, ook al lijk ik dat elk jaar weer te vergeten (misschien maar goed ook) en word ik steeds opnieuw uitgenodigd een nieuw evenwicht te vinden, dit jaar heeft het mij verlamd. Tot in het diepst van mijn Wezen. Deels omdat de wetenschap dat u het bent, die mij al zovele jaren vergezelt, me te zwaar viel. Deels omdat ik wist, dat de strijd die nu zou volgen heel intens kon worden. Met weinig garanties.

Vorige donderdag kreeg ik te horen dat mijn immuunsysteem nu sterk genoeg is om u wakker te maken. Héél behoedzaam. Mijn cellen werden overspoeld met licht, om u naar buiten te lokken. Héél even maar, een fractie van wat eigenlijk nodig is, gewoon om te kijken of het kon. Vrijdag werd ik overvallen door een intense, alles verterende moeheid en een golf van emoties. Van de soort die ik al jaren niet meer gevoeld had. Het kon dus, u had zich even laten zien. Dat noemen wij mensen dan “herxen”, waarbij je moet denken “hoera, het beest gaat dood”, maar waarbij je eigenlijk wil roepen “nog meer van dit en ik wil zelf dood!” Gelukkig weet ik na al die jaren wel wat ik dan moet doen, maar ik weet ook hoeveel dit vraagt. En dat dit nog maar het begin is. “Hoeveel belang hecht je aan de maand december en de feesten?” vroeg de receptioniste mij. “Want december zou wel eens heel moeilijk kunnen worden”. “Whatever, the game is on”, hoorde ik moedig in mijn hoofd. (Want om een mij nog onduidelijke reden weerklinkt alles wat met moed te maken heeft in het Engels in mijn hoofd..)

Zo stond ik vandaag dus naar haar te kijken, naar Moeder Aarde. En hoe moe ik mij ook voelde, vandaag zou ik naar haar luisteren. Vandaag zou ik mezelf gaan zoeken tussen de restjes zomer die ze nog te bieden had. Vandaag zou ik die kracht aanspreken, die in het voorjaar gezaaid was en in de zomer geoogst werd. En die nu werd aangesproken om haar te danken. Ze schonk mij nog wat tuinkers, radijzen en rammenas. Ze bracht me bij een laatste toefje rucola. Ze toonde mij haar boerenkool, die me de kracht zou geven die ik nodig heb de komende maanden. Ze liet me haar jonge worteltjes zien, die ze koestert in haar schoot tot aan het voorjaar, wanneer ze verder zullen groeien tot op mijn bord. Ze vroeg me haar rode biet in te kuilen, want die heeft zo ontzettend veel te bieden. Ze zei me dat ik gerust nog haar laatste pak soi en warmoes kon oogsten, en dat haar selder het ook nog even trekt. Ze maande me aan hier en daar wat onkruid te wieden dat haar kriebelde, op het gemak, het drong niet. En dan vroeg ze me zacht haar toe te dekken. Als ik daar klaar voor was. Dat ze nu ging slapen, zodat haar moederschoot zich kon voorbereiden op de lente. Op het ogenblik dat ik, zoals altijd, haar winterdeken zou verwijderen zodat ze de eerste warme zonnestralen kon voelen. Zodat ze zich volledig kon openen voor de nieuwe zaden die ik haar zou schenken. Zodat we samen konden doen wat we altijd doen. Openbloeien met zo’n ontzettende oerkracht, zo’n allesomvattend vertrouwen, zo’n verpletterende levenswil, dat niemand er tegen opgewassen zou zijn. En u al helemaal niet, meneer Lyme.

Want ziet u, dit is mijn bondgenote, dit is mijn leger, dit is mijn munitie. Moeder Aarde en al wat ze te bieden heeft. De Kracht en het Vertrouwen die ze in mij doet opwellen, elke lente opnieuw. De Voeding die ze mij schenkt, onophoudelijk en onvoorwaardelijk. Dat is waar u het tegen zal moeten opnemen. Dat is wie voor u staat. Bent u er klaar voor?

The game is on.

En ik zing, terwijl ik haar toedek, met zachte stem en tranen in mijn ogen:

“Beste Moeder Lieve Aarde

Mag ik je zeggen hoe ik me voel?

Jij hebt mij zoveel gegeven

Ik hou van jou.”  

Read 2356 times Last modified on Wednesday, 06 January 2016 16:32
Huib

Huib Kraaijeveld

Initiator On Lyme Foundation